Naar hoofdinhoud gaan
Workflows automatiseren werk bovenop je Records. Je kiest een trigger, voegt stappen toe, test de run en activeert de versie wanneer hij klaar is.

Overzicht

Workflows zijn zelf Records. Open Workflows voor de tabelweergave van het workflows Object. Klik op New workflow om de composer te openen. Een Workflow heeft versies. Je bewerkt een Draft. Pas na Activate reageert de Workflow op echte triggers.

Een Workflow maken

  1. Klik op New workflow.
  2. Kies een trigger.
  3. Voeg stappen toe.
  4. Verbind trigger en stappen op het canvas.
  5. Test met Run.
  6. Activeer met Activate.
Voor activatie moet de Workflow compleet zijn: een geldige trigger, minstens een stap en een verbonden pad.

Triggers

Een Workflow heeft precies een trigger. Record- en Form-triggers:
TriggerWanneer hij start
Record is createdEr wordt een Record aangemaakt.
Record is updatedEr wordt een Record gewijzigd.
Record is deletedEr wordt een Record verwijderd.
Record is upsertedEr wordt een Record aangemaakt of bijgewerkt.
Form is submittedEen publieke Form-submission is geaccepteerd.
Andere triggers:
TriggerWanneer hij start
Manual triggerVanuit een gebruiker of actie.
On a scheduleOp een terugkerend tijdstip.
WebhookVanuit een inkomend HTTP-request.
Bij Record-triggers kies je welk Object de trigger volgt. Bij Form-triggers gebruik je het aangemaakte Record via {{trigger.targetRecord}}.

Stappen toevoegen

Stappen staan gegroepeerd in de action picker. Data
  • Create record
  • Update record
  • Upsert record
  • Delete record
  • Find records
Flow
  • If / else
  • Filter
  • Iterator
  • Code
  • AI Agent
I/O
  • Send email
  • Draft email
  • HTTP request
  • App tool
Resume
  • Delay
Workspace Apps kunnen extra App tools beschikbaar maken.

Variabelen gebruiken

Gebruik variabelen tussen dubbele accolades om gegevens uit de trigger of eerdere stappen te gebruiken, bijvoorbeeld {{trigger.after}}. Velden die variabelen ondersteunen hebben een picker. Gebruik die om beschikbare waarden te kiezen zonder de paden uit je hoofd te kennen.

AI Agent als stap

Kies AI Agent om een Agent uit je Workspace te laten werken binnen de Workflow. Selecteer de Agent en beschrijf wat hij moet doen. Geef context expliciet mee met variabelen, bijvoorbeeld {{trigger.before}} en {{trigger.after}}. Zonder variabele krijgt de Agent die Record-gegevens niet vanzelf. Laat het outputveld leeg, dan krijg je vrije tekst terug als response. Voeg je outputvelden toe, dan kan de Agent gestructureerde waarden produceren die latere stappen gebruiken.

Testen en activeren

Gebruik Run om een Workflow handmatig te testen. Gebruik Activate om de Draft live te zetten. Activeren werkt niet met terugwerkende kracht. De Workflow reageert alleen op triggers die na activatie gebeuren.

Runs bekijken

Klik op Runs om de uitvoeringsgeschiedenis te openen. Site.nu opent de workflow_runs table view gefilterd op deze Workflow. Daar zie je welke stappen liepen en waar een run faalde.

FAQ

Je bewerkt een nieuwe Draft. De actieve versie blijft lopen totdat je de nieuwe Draft activeert.
Controleer of er een trigger is, minstens een stap bestaat en het pad verbonden is.
Nee. Geef context mee via variabelen in de prompt.